Nieuwsbrief nummer 82

Juli 2016

 

Kletskoek

Er wordt beweerd dat iedereen in de polder en de Kamer het er wel zo'n beetje over eens is dat het huidige pensioenstelsel op de schop moet. De zogeheten doorsneesystematiek uit de jaren '50 zorgt ervoor dat jongeren relatief te veel premie betalen voor het pensioen dat daar tegenover staat en ouderen te weinig.

Dat is echter in volledige tegenspraak met de waarschuwing van de Nederlandse Bank dat de pensioenpremie met circa 3% omhoog moet omdat juist de jongeren nu voor hun pensioen dat daar tegenover staat te weinig opbouwen.

Uiteraard zijn de werkgevers vertegenwoordigd in de medezeggenschap van het ABP mordicus tegen een premieverhoging want daar betalen zij voor het grootste deel aan mee. De vertegenwoordigers van de vakbonden hebben hier duidelijk minder moeite mee.

Wat er uit deze patstelling voortkomt, is nog onbekend.

Uiteindelijk ligt de beslissing bij het bestuur van het ABP.

Overigens is er maar één oplossing voor een goed pensioen nu en in de toekomst. Zodra de Centrale Europese Bank ophoudt met strooien met geld en daardoor de rente zal oplopen is het probleem van de te lage dekkingsgraad verholpen.

 

Toezeggingen FLO

Na overleg met de CMHF-vertegenwoordiger in het SOR (Sector Overleg Rijk) en de voorzitter van de sector CMHF-sector Rijk is aangeraden dat te zijner tijd de acht leden die nog voor vervroegde uittreding in aanmerking komen de door hun gekozen datum van uittreding bij de dienstleiding bekend maken. De VFT neemt hierbij een coördinerende rol op zich en stemt dit af met de betrokken leden.

 

Plaats van tewerkstelling/Standplaats

In het overleg tussen de DG en de GOR RWS is in 2014 besloten om een gezamenlijke commissie in te stellen rondom de bepaling van de standplaats van de medewerkers van RWS.

Deze commissie heeft een gedegen advies uitgebracht. Dit advies is overgenomen door het bestuur van RWS en heeft tot een intensief overleg met de medezeggenschap en de vakorganisaties geleid.

Dit overleg heeft geresulteerd in een aanvulling op het advies van de commissie en tot een samenhangend pakket van maatregelen m.b.t. de uitvoering en de opvang van eventuele personele consequenties geleid.

Uiteindelijk is door partijen de “Aanwijzing standplaatsen RWS” overeengekomen.

In deze aanwijzing zijn een aantal punten opgenomen, welke onverkort ook van toepassing voor de medewerkers van ILT zouden moeten zijn, te weten:

 

§   Plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de betrokkene gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het bevoegde gezag aangewezen plaats.

§   standplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel van die gemeente, waar de plaats van tewerkstelling van de betrokkene is gelegen, dan wel indien de plaats van tewerkstelling een vaartuig is, de door het bevoegde gezag aangewezen plaats.

§   Dienstreis: een naar het oordeel van het bevoegde gezag noodzakelijke verplaatsing van een betrokkene tot het verrichten van dienst buiten de plaats van tewerkstelling.

§   Woon-werkverkeer: De verplaatsing tussen de woning en de plaats van tewerkstelling.

(Bovenstaande punten zijn rechtstreeks ontleend aan bestaande wet- en regelgeving)

§  Verschillende werklocaties zonder een zwaartepunt. Het betreft hier medewerkers die, vanwege de aard van hun werk, frequent van werkplek wisselen en binnen een werkweek (soms ook op één dag) op meerdere locaties hun werkzaamheden verrichten. Voor deze groep geldt dat er geen sprake is van een zwaartepunt, omdat zij gemiddeld per week minder dan 16 uur op één en dezelfde locatie werken. Waarbij hun ’’locatiepatroon’’ wekelijks veelal ook nog anders is. Gelet op het permanent ambulante karakter van de werkzaamheden is hier de optie woonplaats = standplaats aan de orde. Daarnaast maakt de leidinggevende afspraken met deze medewerker op welke momenten men op een bepaalde locatie aanwezig is voor het overleg met collega's en leidinggevenden.

§  Medewerkers met verschillende werklocaties zonder een zwaartepunt. Bij woonplaats is standplaats geldt dat elke reis vanaf huis in opdracht van de dienstleiding een dienstreis is die conform de daartoe vigerende regelgeving verricht en vergoed wordt. Hiervoor geldt in beginsel dat de reistijd dan werktijd is.

In verband met bovenstaande heeft de VFT de OR-ILT opgeroepen met de IG in gesprek te gaan om ook voor ILT een dergelijke aanwijzing op te stellen. RWS en ILT vallen immers onder hetzelfde ministerie!

Uiteraard heeft de VFT ook onze vertegenwoordigers in het DGO (Departementaal Georganiseerd Overleg) gevraagd een en ander aan de orde te stellen.

 

Salarisschaal

Als resultaat van de uitspraak van de rechtbank in Middelburg heeft EC O&P uiteindelijk individuele onderzoeken uitgevoerd met betrekking tot de opgedragen taken en de waardering daarvan voor twee leden. Dit heeft voor één van onze leden met terugwerkende kracht tot een hogere salarisschaal geleid.

Daar op één punt na het andere lid net niet in aanmerking voor een hogere salarisschaal kwam heeft dat lid tegen die waardering bezwaar aangetekend.

In het SOR, het overleg tussen de vakbonden en Binnenlandse Zaken, wordt overigens ondertussen wel gepraat over de wat vreemde zaak dat volgens het bestaande functiewaarderingssysteem (Fuwasys) promotie zonder salarisverbetering mogelijk is.

 

Rechtsbijstand

Op aangeven van de VFT worden op dit moment de laatste puntjes op de i voor een nieuwe rechtsbijstandverzekering bij DAS gezet. Op een paar details na is deze totaal herziene overeenkomst reeds van kracht. Zo kan men bijvoorbeeld nu al rechtsbijstand bij een bezwarenprocedure aanvragen.

Zodra de definitieve versie van de overeenkomst beschikbaar is, krijgen de leden een kopie toegestuurd.

 

P-Direct

Hoewel op het internet wordt beweerd dat P-Direkt een efficiënte en kwalitatief hoogwaardige salaris- en personeelsadministratie aan de rijksambtenaren levert, blijkt dat in de praktijk niet altijd het geval.

Een aantal van onze leden werd onlangs geconfronteerd met het ontbreken in dat systeem van een schriftelijke toezegging met betrekking tot het vergoeden van de thuiswerkplek. Op basis daarvan werden met terugwerkende kracht, zonder aankondiging vooraf, aanzienlijke bedragen op het salaris ingehouden. Erger nog is dat door medewerkers van P-Direkt vervolgens de bewijslast bij de betreffende leden werd gelegd. Gelukkig konden ze dat. Pas onder druk van een gerechtelijke procedure werden tenslotte de ingehouden bedragen schoorvoetend terugbetaald.

De VFT heeft deze onbehoorlijke gang van zaken onder de aandacht van haar vertegenwoordigers in het DGO gebracht.