Nieuwsbrief nummer 73

Februari 2015

 

Verkiezingen Ondernemingsraden

Stephan van Dijck, ILT/Luchtvaart en Leendert Korvink, ILT/Scheepvaart, hebben aangegeven zich kandidaat voor verkiezing in de OR-ILT te willen stellen.

Dat wil echter niet zeggen dat er geen behoefte meer is aan meer kandidaten!

Onze leden werkzaam op het Ministerie van I&M kunnen zich uiteraard aanmelden voor verkiezing in de OR-I&M.

Meld u aan bij onze secretaris Jack van Waesberghe, 0118 613970, of rechtstreeks bij Anja van Kleffens, CMHF, 070 4191944.

Haast is geboden.

 

Algemene ledenvergadering

Op woensdagmiddag 8 april 2015 wordt in het kantoor van ILT/Scheepvaart, Groothandelsgebouw, ingang C, te Rotterdam weer de jaarlijkse algemene ledenvergadering gehouden. Aanvang 14.00 uur. Graag nu al in uw agenda opnemen.

 

Onderdeelcommissies

Dat de IG en haar staf onderdeelcommissies voor de verschillende ILT-domeinen niet wil instellen was te verwachten. De huidige OR lijkt hier helaas ook niet voor warm te lopen. Een enquête onder de medewerkers van de ILT-domeinen om te peilen hoe zij daar over denken zal dan ook niet op korte termijn realiseerbaar zijn. Naar de mening van het bestuur van de VFT zou een onderdeelcommissie bestaande uit één of meer leden van de OR en gekozen medewerkers van het betreffende domein, met door de OR gedelegeerde bevoegdheden, de communicatie op het niveau van de werkvloer aanzienlijk verbeteren. De directeur van ILT/Scheepvaart heeft weliswaar aangegeven dat hij wel van tijd tot tijd bereid is om bijvoorbeeld met een OR-lid vergezeld van een medewerker van ILT/Scheepvaart te overleggen, maar dat is dan wel geheel vrijblijvend. Nadat in april een nieuwe OR is gekozen, zal het bestuur opnieuw contact opnemen om wederom voor het instellen van onderdeelcommissies te pleiten.

 

Dagvergoedingen

Het bestuur heeft bij de sector Rijk van de CMHF aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek naar de werkelijke kosten ten opzichte van de dagvergoedingen. Tot op heden is echter niet bekend of een dergelijk onderzoek inderdaad is of zal worden ingesteld.

 

CAO

De gezamenlijke vakbonden zijn uiteindelijk tegen de halsstarrige houding van de minister van Binnenlandse Zaken, lees het Kabinet, in opstand gekomen. Gemakshalve wordt naar de onderstaande publicaties van de sector Rijk verwezen.

 

Blok gaat met gestrekt been cao-onderhandelingen in en presenteert in wezen het vijfde jaar nullijn op een rij

 

De gemiddelde rijksambtenaar loopt tegen de vijftig en heeft daarmee (bijna) twee leeftijdsdagen. Blok wil deze leeftijdsdagen en de PAS volledig afschaffen. Hier tegenover staat een loonruimte van naar schatting een kleine procent oftewel evenveel als de waarde van deze dagen. Als de bonden dit voorstel accepteren en er dus een cao tot stand komt mogen zijn ambtenaren aanspraak maken op de loonruimte uit het pensioenakkoord, waarover vorig jaar al een deal bereikt is. Zie hier in een notendop het voorstel van de minister.

Onacceptabel volgens de CMHF. Zowel het twee keer moeten onderhandelen over ruimte die al beschikbaar is gesteld uit het pensioenakkoord als het inleveren van secundaire arbeidsvoorwaarden om je eigen loonstijging te betalen.

Na 4 jaar nullijn had het de minister gesierd als hij de vrijval uit de pensioenen en de beschikbare ruimte onvoorwaardelijk ter beschikking had gesteld aan zijn ambtenaren. Het tegendeel is het geval; dit is een van de zwaarste inzetten ooit gepleegd in het rijk. Nu hebben we 4 jaar geen cao-onderhandelingen gevoerd. Dit ligt echter volledig op het conto van het kabinet door de eenzijdige vaststelling van 4 jaar nullijn.

Wat gaan we doen? Ten eerste naar de rechter om onmiddellijk de pensioenruimte te claimen nu met deze inzet de deur volledig voor onze neus wordt dichtgeslagen. Ten tweede een bezwaarschriftenactie om tegen het ontbreken van de ruimte op de loonstrook van januari te protesteren. Ten derde opschaling van de acties die primair nog waren gericht op bewustwording van de handelswijze van de werkgever.

Aan: de voorzitter van het Sectoroverleg Rijk

Mw. drs. S.M. Roos

 

Betreft: Opschorten Sectoroverleg Rijk door centrales van overheidspersoneel totdat salaris uit Pensioenakkoord wordt uitbetaald

 

Geachte mevrouw Roos,

 

In het extra SOR overleg van 13 november jl. hebben wij met elkaar gesproken over de besteding van de premievrijval zoals overeengekomen in het toenmalige onderhandelaarsakkoord wijziging ABP pensioenregeling.

U heeft toen gezegd niet bereid te zijn om dit geld, dat per 1 januari 2015 beschikbaar is voor verbetering van het salaris, per die datum als salarisverhoging uit te keren. U wilt dit geld betrekken bij de komende CAO-onderhandelingen en pas overgaan tot uitkering (met terugwerkende kracht) als dit onderdeel is van een CAO-akkoord.

Wij hebben u in dit extra SOR duidelijk gemaakt volstrekt geen begrip te hebben voor uw opstelling. De voorwaarde dat er een CAO moet zijn voordat het geld uitgekeerd kan worden, maakt geen onderdeel uit van het Pensioenakkoord. Dit is op dezelfde dag in de Pensioenkamer, voorafgaand aan ondertekening van het Pensioenakkoord, duidelijk bevestigd door de woordvoerder van de VSO. Het Pensioenakkoord is ook volstrekt helder over de besteding van dit geld: verbetering van salaris in aanvulling op de (nog te maken) salarisafspraken in een CAO, of andere arbeidsvoorwaarden als CAO-partijen daarvoor kiezen. Wij hebben u ook duidelijk gemaakt dat wij het geld willen besteden aan salaris en dus geen alternatieve besteding willen.

Dat betekent dat er per 1 januari 2015 0,8% salaris beschikbaar is voor alle Rijksambtenaren. Na een periode van vier jaar nullijn is het voor ons onbestaanbaar dat dit geld een andere bestemming krijgt dan salarisverhoging. Ook een afspraak met terugwerkende kracht is voor ons geen optie. Niet alleen benadeelt dat iedereen die met pensioen gaat vóór de datum van uitbetaling, maar ook verliezen alle rijksambtenaren geheel onnodig een jaar lang pensioenopbouw over deze salarisverhoging. Bovendien geeft uw opstelling ons geen enkel vertrouwen dat we op een goede manier CAO-onderhandelingen kunnen gaan starten. Dat wordt versterkt door de uitkomsten van het informele overleg dat wij met elkaar gevoerd hebben over de CAO.

Sinds het bekend worden van uw opstelling in het extra SOR hebben we veel reacties gekregen van onze leden. Deze reacties kennen een duidelijke rode draad: er ligt een heldere afspraak in het Pensioenakkoord. Ook de werkgever Rijk moet die afspraak nakomen. We staan al lang genoeg op de nullijn. Per 1 januari 2015 moeten de salarissen dus worden verhoogd met 0,8%.

De emoties over dit onderwerp zijn groot. De rijksambtenaren staan bijna vier jaar op de nullijn. Eén van de redenen van het kabinet om het pensioen te versoberen, is koopkrachtverbetering. Bonden en werkgevers hebben in het Pensioenakkoord goede afspraken gemaakt die per 1 januari 2015 leiden tot die koopkrachtverbetering.

En nu blokkeert één van de werkgevers, nota bene een werkgever van een kabinetssector, deze koopkrachtverbetering. Dit leidt bij onze achterban tot woede en onbegrip.

Maandag 24 november is ons tijdens een gezamenlijke kaderbijeenkomst duidelijk gemaakt dat onze achterban deze opstelling van minister Blok niet accepteert. De roep om hiertegen in het geweer te komen, is zeer sterk.

Als eerste stap hebben we daarom besloten om per direct het Sectoroverleg Rijk stil te leggen.

Wij zullen op rijksniveau niet meer deelnemen aan overleg totdat minister Blok heeft besloten om de volledige loonruimte die beschikbaar komt uit het Pensioenakkoord per 1 januari 2015 uit te betalen. Hiermee vindt er dus geen overleg meer plaats in de zin van artikel 105 ARAR.

Wij zetten deze stap niet gemakkelijk. Wij hopen daarom dat u ons spoedig bericht dat u per 1 januari de salarissen verhoogt, zodat wij het Sectoroverleg Rijk kunnen hervatten.

 

Met vriendelijke groet,

namens de Samenwerkende Centrales voor Overheidspersoneel,

 

M. Ouwehand (ACOP FNV)

J. de Bruin (CCOOP)

P. Wulms (AC Rijksvakbonden)

J. Hut (CMHF)