Nieuwsbrief nummer 64

Juni 2013

 

Onzalig idee

In nieuwsbrief 63 werd al gemeld dat voorzitter Biesheuvel van MKB-Nederland en hij niet alleen graag in de kas van de pensioenfondsen zou willen graaien.

Desgevraagd heeft ons bestuurslid bij het ABP laten weten dat het ABP niet als financier van het bedrijfsleven zal gaan optreden als de reguliere banken het laten afweten.

Hij zegt echter wel dat indien er goede rendementen in relatie tot een beperkt risico mogelijk zijn het ABP altijd bereid is naar de daarvoor ingerichte financiële producten te kijken.

 

Bevordering zonder salarisverhoging

Een aantal leden is zonder salarisverhoging bevorderd van inspecteur naar senior-inspecteur. Een paar van hen hebben bezwaar aangetekend tegen het niet toekennen van een daarbij horende hogere salarisschaal. Ondertussen hebben de zittingen van de bezwarencommissie plaats gevonden.

De beslissing op bezwaar door de IG is echter nog niet bekend.

 

Beroep tegen beslissing op bezwaar

Op 1 augustus a.s. zal een meervoudige kamer van de rechtbank in Middelburg de beroepen tegen een beslissing op bezwaar met betrekking tot het aanwijzen van de plaats van tewerkstelling in behandeling nemen.

 

Aanspraak op FLO

Een aantal nog actieve leden heeft in het kader van FLO aanspraak op vervroegde uittreding.

Deze vervroegde uittreding kan plaats vinden op het moment dat betrokkene een leeftijd van 65 jaar minus de voor hem geldende aanspraak op FLO heeft bereikt.

Desgevraagd deelt mr. Jan Hut van de CMHF mede dat de richtleeftijd nu nog 65 jaar is, maar in de toekomst gelijk met de AOW-leeftijd kan opschuiven.

Hij stelt dat dit wel gerepareerd moet worden.

 

Opschorten pensioenuitkering ABP

Naar aanleiding van een vraag gesteld tijdens de algemene ledenvergadering heeft Barbara Leach, beleidsmedewerker pensioenen van de CMHF, laten weten dat het bij het ABP niet mogelijk is vervroegd uit te treden zonder pensioenuitkering.

Het ABP keuzepensioen, de basisregeling voor alle deelnemers geboren in 1950 of daarna,  zonder FPU-overgangsrecht, kent een zogenaamd flexibel pensioen op basis waarvan men tussen de leeftijd van 60 tot 70 jaar met pensioen kan gaan.

Stoppen met werken in overheidsdienst op bijvoorbeeld de leeftijd van 60 jaar kan, maar dan gaat ook de tot dat moment opgebouwde pensioenuitkering in.

Dus het pensioen niet op dat moment maar op een later tijdstip volledig laten uitkeren en zodoende nog laten groeien kan niet.

Het is echter wel mogelijk het pensioen voor een minimaal deel te laten ingaan, stel 10% vanaf 60 jaar.

Zo kan iemand aansluitend op het dienstverband pensioen laten ingaan, zonder een al te groot deel van het levenslange pensioen op te souperen.

Daarnaast is het mogelijk het pensioen in hoogte te laten variëren door gedurende een aantal jaren minder pensioen te laten uitkeren en daarna meer. De verhouding tussen een hoog en een laag pensioen moet binnen de verhouding 100:75 passen.

Deelnemers kunnen hun eigen gegevens in “Mijn ABP” raadplegen en diverse scenario’s opvragen. Op die persoonlijke webpagina is het mogelijk verschillende uittreedleeftijden te simuleren.

 

Opgelet bij vervroegd uit dienst treden.

Het voorwaardelijk pensioen is een onderdeel van het pensioen dat stamt uit de afschaffing van vroegpensioen in 2006.

Om dit verlies te compenseren wordt onder bepaalde voorwaarden de opbouw over alle dienstjaren vóór 2006 versterkt door deze met een hoger opbouwpercentage te herrekenen.

Voorwaarden zijn dat de deelnemer:

-          in 1950 of daarna is geboren (of voor 1950 zonder FPU overgangsrecht) én

-          ABP deelnemer is op het overgangsmoment 31.12.2005 en 1.1.2006 én

-          zonder onderbreking in dienst blijft bij een ABP-werkgever tot aan de pensionering.

Als aan alle voorwaarden is voldaan, wordt de pensioentijd voor 2006 berekend met een verhoogd opbouwpercentage van 2,05% en een verlaagd franchise zoals in de ABP-keuzeregeling.

Als men voor 2006 veel dienstjaren als deelnemer bij ABP heeft, ontstaat een aanzienlijk bedrag.

Dat is te vinden op het jaarlijkse pensioenoverzicht en kan ook worden gesimuleerd op “Mijn ABP” door het pensioen bij uitdiensttreding te laten doorberekenen.

Vervolgens vergelijkt men dat pensioenbedrag met het bedrag bij doorwerken.

Het verschil is voorwaardelijk pensioen.

Bij vervroegde uitdiensttreding vervalt het hele bedrag aan voorwaardelijk pensioen.

Daarom is het van belang in dienst te blijven, al is dat maar voor een minimale aanstelling van 0,2 FTE, zeg maar één dag per week.

Als dat niet mogelijk is, kan men aansluitend op het dienstverband het pensioen voor minimaal 10% laten ingaan.

Doordat dan de pensioenopname aansluit op het dienstverband, wordt het voorwaardelijk pensioendeel veilig gesteld.