Nieuwsbrief nummer 55

Juli 2011

 

Vraag aan en antwoord van MHP over het pensioenakkoord

Vraag: Wat is er terecht gekomen van het standpunt van de MHP dat de financiële marktrisico’s niet eenzijdig bij de werkenden en gepensioneerden neergelegd mogen worden en de werkgever niet meer medeverantwoordelijk zou zijn. Het aanvullende pensioen is uiteindelijk een arbeidsvoorwaarde - uitgesteld loon - waarin de werkgever per definitie ook een verantwoordelijkheid heeft.

 

Antwoord: Wij hebben tot het eind toe als MHP het maximale hier uit proberen te halen, vooral voor de situatie dat een pensioenfonds in onderdekking dreigt te komen. Als hoofdregel geldt dat er premiestabilisatie komt in goede en slechte tijden. Dit betekent ook dat in goede tijden geen premieholiday of greep uit het fonds door de werkgever gepleegd kan worden, maar de overmatige premie in dat geval binnen het fonds moet blijven of ten goede moet komen aan de deelnemers (bijvoorbeeld inhaalindexatie of verbetering van de opbouw). Bij onderdekking en andere onvoorziene schokken zal het echter altijd mogelijk blijven dat CAO-partijen om tafel gaan zitten om naar oplossingen te zoeken. Dit is op het einde nog 'binnen gehaald'. Ik geef eerlijk toe dat er geen algemene aanbeveling ligt hoe dit dan ingevuld moet worden, maar dat dit overgelaten wordt aan het decentrale overleg. Tot slot moet ik rondom de premiestabilisatie nog aangeven dat het premieniveau op dit moment op een hoog niveau ligt, hetgeen voor de afspraak relatief gunstig is.

Eddy Haket, onderhandelaar namens de MHP in de Stichting van de Arbeid.

 

Grotere beleggingrisico’s

Pensioenfondsen zouden volgens een aantal bureaugeleerden grotere beleggingsrisico’s moeten gaan nemen om een gewenste hogere dekkingsgraad te verwezenlijken. Desgevraagd is dat voor pensioenfondsen die tot nu toe weinig in aandelen hebben belegd in bepaalde gevallen zeker gewenst, maar dat geldt zeker niet voor een pensioenfonds als het ABP, dat een goede beleggingsmix hanteert en zeker geen grotere risico’s zal gaan lopen.

 

Wetsontwerp toch naar Tweede Kamer

Ondanks het feit dat vakcentrales, werkgeversbonden en minister Kamp het pensioenakkoord hebben ondertekend heeft minister Kamp toch zijn wetsontwerp naar de Tweede Kamer gestuurd.

Het huidige akkoord is feitelijk een onderhandelaarsakkoord en moet dan ook nog door de leden van onder andere de vakcentrales worden goedgekeurd voor dat er echt sprake is van een definitief akkoord. Daar voorlopig vooral de FNV-Dienstenbond en de Abva-Kabo het pensioenakkoord in zijn huidige vorm niet willen goedkeuren, houdt minister Kamp door het sturen van zijn wetsontwerp naar de Tweede Kamer stevig druk op de ketel.

Dat wetsontwerp ziet er namelijk op een aantal punten aanzienlijk slechter uit dan het pensioenakkoord.

Zo is het fiscaal toegestane opbouwpercentage in zijn voorstel lager dan in het akkoord. Er kan dan dus minder pensioen opgebouwd worden. Doordat het werkgeversaandeel in de opbouw dan ook lager uitvalt, is dat uiteraard gunstig voor de schatkist.

Daarnaast is in het akkoord vastgelegd dat er een gemiddelde rekenrente zal worden gehanteerd, terwijl in het wetsvoorstel het gebruik van de actuele marktrente wordt gecontinueerd, met als gevolg een jojo-effect op de dekkingsgraad.

In het wetsontwerp is geen premiestabilisatie opgenomen, waardoor in goede tijden de werkgever premieverlaging kan verlangen en dus geen extra reserve (egalisatiereserve) voor slechte tijden kan worden opgebouwd.

Verder is in het wetsontwerp geen flexibiliteit opgenomen wat betreft de leeftijd waarop men met AOW kan gaan, terwijl dat in het pensioenakkoord wel zo is. De meeste pensioenfondsen hanteren al geruime tijd een dergelijke flexibilisering. Helaas kunnen we er niet aan ontkomen dat, door de aanzienlijke verhoging van de gemiddelde levensverwachting, de pensioenleeftijd omhoog moet anders wordt het pensioen onbetaalbaar.

Ook zou de minister graag zien dat niet de sociale partners maar zogenaamde deskundigen, die vooral achteraf de bankencrisis zagen aankomen, in de besturen van de pensioenfondsen zitting nemen, terwijl juist de besturen van pensioenfondsen het er in de crisis over het algemeen redelijk en zonder hulp van de belastingbetaler hebben afgebracht.

Tenslotte moet nog worden opgemerkt dat de kritiek van een aantal economen dat het pensioenakkoord slecht voor de huidige jongere deelnemers zou uitvallen, uitsluitend berust op verkeerde uitgangspunten. Juist in het huidige systeem kunnen jongeren de dupe worden.

 

Voorzitterschap MHP

Drs. Reginald Visser (64 jaar) en Bob van der Wal MSc (54 jaar) zijn per 1 juli benoemd tot duo-voorzitters van de vakcentrale MHP.

Het Algemeen Bestuur van de MHP heeft hen voorgedragen voor het voorzitterschap. De Ledenraad van de MHP heeft hen vervolgens benoemd.

Zij volgen mr. Richard Steenborg op, die statutair terugtreedt.

De voorzitters zijn afkomstig uit de eigen geledingen.

Reginald Visser is voorzitter van de CMHF (Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen). Bob van der Wal is voorzitter van de VHKP (Vereniging Hoger KLM-Personeel).

 

Meer risico

Vanwege de door de politiek opgelegde reductie van het aantal formatieplaatsen is IVW gedwongen het aantal inspecties aanzienlijk te reduceren. Hierdoor zal steeds meer een reactief in plaats van een proactief inspectiebeleid worden gevoerd. In dat verband laten steeds meer deskundigen een waarschuwend geluid horen. Graag verwijst de VFT naar een artikel in NRC Handelsblad van 8 januari jl. waarin Ben Ale, hoogleraar aan de TU Delft, naar aanleiding van de ramp bij Chemie-Pack stelt dat er al jaren een afbraak aan de gang is op het vlak van inspectie. Onder het mom van vermindering van de toezichtlast voor bedrijven en op basis van het stellen van vertrouwen in die bedrijven meent de overheid de teugels te kunnen laten vieren. Volgens Ben Ale zal dat alleen maar leiden tot meer risico’s en rampen.

 

Monopoly volgens de regels van het Rijk

Medewerkers met een FLO-uitkering zullen onaangenaam verrast zijn door een mededeling van het APG dat zij ten onrechte een vergoeding voor zorgkosten kregen. Desgevraagd blijkt dit nog waar te zijn ook. Een gevoelige aderlating van bruto ruim €. 150,- per maand, waar helaas niets aan te doen is. Dus geen vergissing van de bank in uw voordeel maar een vergissing van het Rijk in uw nadeel.

 

Besluit overgangsrecht FLO-functies

Het Besluit overgangsrecht FLO-functies blijkt recent door de wetgever middels een Besluit houdende wijziging van het Besluit overgangsrecht FLO-functies, onder het mom van reparatiewetgeving, te zijn gewijzigd. Een en ander heeft in overleg met de vakbonden plaats gevonden. Het wijzigingsbesluit is in het Staatsblad, jaargang 2011 nr. 236, gepubliceerd. Volgens de enige die er wat van snapt, een vertegenwoordiger van CNV Publieke Zaak, zou het een verbetering voor de uitkeringsgerechtigden betekenen. Het bestuur hoort graag van u of dat inderdaad zo is.

 

Rechtsbijstand

Daar helaas steeds meer leden van de CMHF rechtsbijstand moeten inroepen bij geschillen met hun werkgever lopen de kosten daarvoor behoorlijk op.

DAS heeft reeds aangegeven het contract in financiële zin aanzienlijk te willen aanpassen. Hoewel de overige kosten zich redelijk stabiliseren of zelfs lager uitvallen, kan deze kostenpost wat betreft de contributie die de VFT aan het CMHF moet afdragen wellicht roet in het eten gooien.