Nieuwsbrief nummer 51

September 2010

 

Tevredenheidsonderzoek

In een reactie op een gehouden tevredenheidsonderzoek schrijft de IG dat in alle domeinen de medewerkers zich grote zorgen maken over het gebrek aan inhoudelijke kennis bij het management en vooral wie na een inspectie uiteindelijk beslist over de te nemen maatregelen. Zij stelt dat het feiten vaststellen en bevindingen formuleren geheel aan de inspecteur is, maar dat het management in verband met maatregelen die politiek, publicitair, maatschappelijk of economisch ingrijpend zijn tot een ander oordeel dan de inspecteur kan komen en derhalve de inspecteur zijn oordeel moet bijstellen. Het bestuur van de VFT meent dat het toch niet zo kan zijn dat veiligheid ondergeschikt wordt gemaakt aan de hiervoor genoemde argumenten. De IG stelt daarbij ook nog dat de inspecteur altijd degene is die tekent, dus ook als hij, na overleg met het management en collega’s, niet op zijn oorspronkelijke oordeel wenst terug te komen. De verantwoordelijkheid voor de wel of niet genomen maatregelen blijft dus bij de inspecteur. Tekent hij of zij niet dan zijn er signalen dat dit als een werkweigering kan worden beschouwd. De VFT is het daar uiteraard niet mee eens en zal in voorkomende gevallen een en ander aan de kaak stellen. Overrulen kan, maar dan ook de verantwoordelijkheid nemen.

 

Verlies aan kennis

Medewerkers op de inspectiewerkvloer, die ondanks een tien jaar reorganiserende IVW hun werk met betrekking tot de veiligheid van het transport door de lucht, over water en op het land met volle inzet zijn blijven doen begint, getuige het onlangs gehouden tevredenheidsonderzoek, zo langzamerhand de moed in de schoenen te zakken. Resultaat, inspecteurs met een goede vooropleiding in het bedrijfsleven en jaren ervaring bij de inspectiediensten verlaten de dienst om elders hun heil te zoeken. Uiteraard gaat dit niet ongemerkt voorbij aan het bedrijfsleven. De autoriteit van IVW staat hierbij op het spel.

 

Houtskoolschets

Het gaat zo goed met de veiligheid in de zeescheepvaart en luchtvaart dat er volgens de IG wel met wat minder toezicht door de inspecteurs van IVW kan worden volstaan. Wat betreft de veiligheid op dit moment klopt dat wel, maar dat er dus met minder toezicht kan worden volstaan is onzin. De veiligheid zal ongetwijfeld de eerstkomende jaren, door het goede toezicht in de afgelopen jaren, niet direct schrikbarend teruglopen, maar op de lange duur zijn de gevolgen niet te overzien en moet het ergste worden gevreesd. De IG hoopt en misschien zelfs denkt door het sluiten van convenanten met het bedrijfsleven, in de vorm van de slager keurt zijn eigen vlees, het huidige niveau van veiligheid te kunnen handhaven. De VFT heeft daar een hard hoofd in. Ook het onbegrensde geloof dat een voortdurend miljoenen verslindende digitalisering van gegevens, processen, ja zelfs toezicht daarbij zou helpen is een utopie.

 

Ongeoorloofde druk

Eén van onze leden heeft het bestuur van de VFT erop gewezen dat door het management geprobeerd wordt inspecteurs zodanig onmogelijke of niet met zijn of haar functie overeenkomende taken in het vooruitzicht te stellen dat bij het niet willen of kunnen uitvoeren van zulke taken er volgens dat management sprake zou zijn van werkweigering. Het bestuur heeft in verband met deze gang van zaken met de juridische afdeling van het CMHF contact opgenomen.

 

In memoriam M.A. Moereels

Op 15 mei j.l. overleed M.A. ( Frits ) Moereels op de leeftijd van bijna 94 jaar. Velen van de huidige leden van de VFT zullen hem niet gekend hebben. Oudere leden en donateurs zullen zich deze markante SI-man en erevoorzitter van de VASI (voorloper van de VFT) zeker herinneren. Hij begon zijn carrière als stuurman in het voormalige Nederlands Oost Indie, bracht de Japanse bezetting door in gevangenenkampen en werkte na het einde van de Tweede Wereldoorlog bij de Dienst Scheepvaart in Indonesië. Na het beëindigen van de activiteiten van deze dienst trad hij in dienst van de Nederlandse Scheepvaartinspectie. In 1981 verliet hij de dienst wegens pensionering, bij welke gelegenheid het Hare Majesteit behaagde hem te benoemen tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau. Een allround vakman: inspecties, regelgeving nationaal en internationaal en het bijbehorende overleg beheerste hij ten volle. Zijn finest hour was wellicht dat hij leider was van de Nederlandse delegatie naar de “1977 Torremolinos International Conference on the Safety of Fishingvessels”, waarin hij zijn veelzijdige kennen en kunnen kwijt kon. Een voortreffelijke collega en sociaal voelend mens die met overtuiging deelnam aan de activiteiten van de VASI, als lid, bestuurslid en als voorzitter. Na zijn pensionering richtte hij zijn energie op de Nederlandse Bond voor Pensioenbelangen. De NBP zag aanleiding hem te benoemen tot erelid. Velen die deze veelzijdige mens hebben gekend zullen het als een voorrecht beschouwen hem te hebben ontmoet. Het bestuur van de VFT wenst, mede namens leden en donateurs, de nabestaanden, vrienden en kennissen sterkte bij het verwerken van dit verlies.

 

Overgangsrecht FLO

De aanvraag van een vijftal leden om na een uitspraak in hoger beroep ook in aanmerking te komen voor een aanvulling op het overgangsrecht FLO is na ruim anderhalf jaar uiteindelijk positief beantwoord. Hiermee kan na ruim 10 jaar touwtrekken dit dossier eindelijk in de archiefkast worden opgeborgen.

Alle achttien aanvragers op één na, die lid zijn van de VFT, hebben een aanvulling op het overgangsrecht FLO gekregen. Een verzoek tot coulance voor het enige lid die buiten de boot viel werd helaas door de IG afgewezen.

 

Gelezen

- “Zet drie inspecteurs bij elkaar en je krijgt vier meningen.” Een uitspraak die louter en alleen is gebaseerd op een rijke fantasie.

- “Eén ding is zeker, verandering is een constante factor.” Een niet erg opwekkende uitspraak, waarschijnlijk geleerd op een managementcursus.