Nieuwsbrief nummer 50

Juli 2010

 

AOW/Ouderdomspensioen

Het bestuur van de VFT heeft tijdens een Ledenraad van de CMHF met het onderhandelaarsakkoord tussen de vakcentrales en de werkgevers in de Stichting van de Arbeid inzake de AOW en het Ouderdomspensioen schoorvoetend ingestemd.

Het bestuur realiseert zich dat een betere oplossing voor de huidige en toekomstige pensioenproblemen niet haalbaar was. Als stok achter de deur stond mogelijke bemoeienis van de regering met onze pensioenen met een nog slechter resultaat.

Als voorwaarde is wel gesteld dat de politiek met haar vingers van de pensioenfondsen afblijft en geen aanvullende voorwaarden gaat stellen.

Een probleem daarbij is dat de overheid als werkgever niet in de Stichting van de Arbeid is vertegenwoordigd.

Volgens ingewijden zijn zowel het huidige demissionaire kabinet als de meeste politieke partijen wel gelukkig met dit akkoord.

Het gaat in principe over een akkoord op hoofdlijnen dat nog vrijwel volledig moet worden uitgewerkt.

 

Het akkoord bestaat in feite uit twee delen:

- Invoering van een flexibele AOW met in 2020 een spilleeftijd van 66 jaar en vervolgens om de vijf jaar aan de hand van de levensverwachting kijken of die spilleeftijd moet worden aangepast.

- Invoering van een flexibele spilleeftijd voor de Ouderdomspensioenen met als doel onbetaalbaarheid van deze pensioenen in de toekomst te voorkomen.  

 

De enige reden voor dit laatste is dat de levensverwachting hoger blijkt te zijn dan eerder voorspeld en er in verhouding steeds meer gepensioneerden en minder premiebetalers zullen zijn.

Om dit via premieverhogingen af te dekken zouden de te betalen premies de pan uitrijzen.

Om dat te voorkomen wordt volgens het akkoord via een toekomstige hogere spilleeftijd over een langere periode premie geheven en dus over een kortere periode pensioen uitgekeerd.

Het is niet uitgesloten dat in 2011 de spilleeftijd (rekenleeftijd) voor het ABP-pensioen reeds naar 66 jaar gaat. Gelukkig heeft dat op korte termijn nog nauwelijks invloed op het pensioen als men toch op 65-jarige leeftijd met pensioen gaat.  

Werkgevers zullen niet langer verplicht zijn eventuele tekorten aan te zuiveren.

In tegenstelling tot de grote werkgevers in het bedrijfsleven deed de overheid dat toch al niet. Ja inderdaad, eind vorige eeuw deed de regering via een noodwet nog wel een greep van tientallen miljarden in de kas van het ABP.

Daar het premiedeel dat door de werkgevers wordt gestort als uitgesteld loon wordt beschouwd, is de vraag nu wel gewettigd of de werkgevers nog wel in de besturen van de pensioenfondsen thuis horen.

Uiteraard heeft de huidige financiële crisis en de daaruit voortvloeiende lage dekkingsgraad, vooral veroorzaakt door de lage rentestand, iedereen wakker geschud.

Geen leuke boodschap, maar wel een feit.

 

Vreemd

Ondanks de brief van de IG van 31 mei jl. met betrekking tot de reorganisatie IVW fase 2, waarin wordt gesteld dat bij deze reorganisatie geen herplaatsingskandidaten worden aangewezen en iedereen een plaats in de nieuwe organisatie zal krijgen, worden medewerkers, volgens informatie van een aantal leden, in onder andere één op één gesprekken benaderd om naar een andere baan uit te kijken. Dat is op z’n zachtst gesproken vreemd.

De VFT zal hier de vinger aan de pols houden en indicaties van ongeoorloofde druk op medewerkers direct bij het DGO (Departementaal Georganiseerd Overleg van de vakbonden met de SG-V&W) aan de orde stellen.

Laat in ieder geval tijdens deze gesprekken eventuele toezeggingen zwart op wit vast leggen en doe zelf geen impulsieve toezeggingen. U bent tot niets verplicht.

 

Voorlopig eind goed, al goed

De IG-IVW heeft ten langen leste haar beslissingen op bezwaar aan een aantal van onze leden doen toekomen. Hoewel de bezwarencommissie in haar advies twee van de drie ingediende bezwaren gegrond verklaarde en conform daaraan door de IG weliswaar de gewenste acties werden ondernomen, kon de IG het kennelijk niet over haar hart verkrijgen ruiterlijk te erkennen dat die bezwaren gegrond waren.

Nog vreemder is dat de bezwarencommissie het andere ingediende bezwaar niet als gegrond maar als niet ontvankelijk verklaarde omdat de IG nadat het bezwaar was ingediend, mede onder invloed van de OR-IVW, alsnog dat besluit introk.

Overigens is het wel zo dat met betrekking tot dit laatste onderwerp tegen een hernieuwd genomen besluit opnieuw bezwaar kan worden aangetekend.

Al met al heeft geen van de betrokken leden, gezien de uiteindelijke resultaten van hun ingediende bezwaar, tegen de beslissingen op bezwaar beroep aangetekend. Dus voorlopig eind goed, al goed.

 

Dead slow

Een aanvraag van een vijftal leden om na een uitspraak in hoger beroep ook in aanmerking te komen voor een aanvulling op het overgangsrecht FLO is na ruim anderhalf jaar nog steeds niet formeel beantwoord. Te gek voor woorden. Is het nu echt nodig om hierover juridische procedures op te starten?