Nieuwsbrief nummer 42

September 2008

 

 

Aanvulling op overgangsregeling FLO

Na een jaren slepende procedure van bezwaren aantekenen tot behandelingen in hoger beroep voor de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep is uiteindelijk in alle gevallen uitspraak gedaan met betrekking tot een door de VFT aangezwengelde aanvullende regeling op de overgangsregeling FLO voor buitendienstmedewerkers van de Scheepvaartinspectie. In de meeste gevallen was een behandeling door de bezwarencommissie van V&W al voldoende voor het toekennen van een aanvulling op de overgangsregeling FLO. In uiteindelijk vier gevallen moest de weg via de rechter worden bewandeld. Pas in hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep een voor drie betrokkenen positieve uitspraak gedaan. Deze uitspraak werd gebaseerd op het feit dat er geen ondergrens aan de leeftijd van de betrokkenen had mogen worden gesteld om in aanmerking voor de aanvulling te komen. Helaas was de Centrale Raad van oordeel dat de door de VFT met het toenmalige Hoofd van de Scheepvaartinspectie gemaakte afspraken niet golden, omdat het Hoofd Scheepvaartinspectie niet bevoegd zou zijn. De VFT heeft gewezen, op artikel 10 van de Schepenwet, nader aan te halen onder de titel “Instructie Ambtenaren Scheepvaartinspectie”, waar in artikel 3, lid 2, wordt aangegeven dat het Hoofd van de Scheepvaartinspectie verantwoordelijk is voor en belast met de algemene leiding van de dienst der Scheepvaartinspectie, onder de bevelen van Onze Minister. Hoewel daaruit naar het oordeel van de VFT zonneklaar blijkt dat het Hoofd Scheepvaartinspectie wel bevoegd was, vond dat geen gehoor bij de rechters van de Centrale Raad van Beroep. Jammer maar daardoor viel één buitendienstmedewerker buiten de boot, doordat hij volgens de rechters niet voldeed aan de door de plv. SG gestelde eis van het vóór indiensttreding bij de Scheepvaartinspectie bekleden van een FLO-achtige functie in het bedrijfsleven.    

 

Opsplitsing ABP

Tijdens de Ledenraad van de CMHF heeft de VFT aan de Directeur van de CMHF, dhr. Michielse, lid van de Raad van Bestuur van het ABP, om garanties gevraagd dat een eventuele verkoop van het afgesplitste uitvoerend gedeelte van het ABP, het huidige APG NV, geen nadelige gevolgen kan hebben voor de pensioengerechtigden zoals dat is gebeurd bij de verkoop van het uitvoeringsorgaan van het pensioenfonds van de Rotterdamse havenwerkers.

Volgens Michielse zijn in de nieuwe statuten van het ABP voldoende waarborgen ingebouwd dat een dergelijke gang van zaken niet mogelijk is. Daarnaast stelde hij dat op dat punt ook sinds kort nieuwe wettelijke eisen gelden, die een dergelijk scenario vrijwel onmogelijk maken. Alle aandelen van APG NV zijn in handen van het ABP en kunnen uitsluitend na instemming van werkgevers- en werknemersorganisaties worden verkocht, maar er is nadrukkelijk bepaald dat dan de opbrengst daarvan aan het vermogen, waaruit de pensioenen worden betaald, wordt toegevoegd.

Daar bij wet om een of andere duistere reden is bepaald dat het ABP niet publiekelijk over het APG en andersom mag spreken, zijn op de website van het ABP noch het APG verwijzingen naar elkaar te vinden.

Tenslotte moet nog worden gemeld dat de huidige “onafhankelijke” voorzitter van de raad van bestuur, dhr. Brinkman, tevens voorzitter van Bouwend Nederland, volgend jaar zal aftreden.

  

Belachelijke ontslagvergoedingsregeling

Het FNV heeft zonder medeweten van CNV en MHP stiekem een deal over een maximale ontslagvergoeding met werkgevers en kabinet gesloten. Zonder hier uitgebreid over uit te wijden komt het erop neer dat bijvoorbeeld een werknemer van 55 jaar met 20 dienstjaren met een bruto inkomen van iets minder dan €. 75000 ten opzichte van een vergelijkbare werknemer die iets meer dan die €. 75000 verdient ruim twee keer zoveel ontslagvergoeding krijgt. Gewoon belachelijk, maar wel interessant voor de meeste FNV-leden die minder dan €. 75000 verdienen. Weer een staaltje van ongebreidelde nivellering. Uiteraard zijn de FNV-leden die wel meer verdienen hier niet blij mee. In het komende najaarsoverleg met het kabinet op 3 oktober zal onze vertegenwoordiging, het MHP, daar onder geen beding mee akkoord gaan. Onze hoop is dat ook het CNV er niet mee akkoord zal gaan, maar zeker is dat niet. Gelukkig moet een dergelijke regeling ook nog door de beide Kamers worden goedgekeurd en dan kan er nog veel aan geschaafd worden. Meer weten? Ga dan naar www.vakcentralemhp.nl en klik op “Actualiteiten” en scrol vervolgens naar “Bereken de gevolgen uw ontslagvergoeding!”.

 

Bos-belasting voor AOW-ers met aanvullend pensioen in nieuw jasje

De nieuwste truc van het huidige kabinet en in het bijzonder van de Minister van Financiën, dhr. Bos, om te verhullen dat AOW-ers met een aanvullend pensioen vanaf 2011 premie over hun uitkering gaan betalen, is besloten alleen voor die groep de bovengrens van de tweede  belastingschijf te verlagen en de ondergrens voor de derde belastingschijf inherent daaraan te verlagen. Met andere woorden AOW-ers gaan meer belasting betalen dan diegenen die nog geen 65 jaar zijn. Listig, maar wel doorzien, want of je het nu premie of belasting noemt, de AOW-er gaat meer betalen en zal dus aanzienlijk minder te besteden hebben.