Nieuwsbrief 14 - September 2003


In deze nieuwsbrief komt het onderwerp FPU+ aan de orde.

De CMHF is uitermate ongelukkig met de gang van zaken rond het 'Sociaal Plan' c.q. de 'FPU+'. Zoals eerder bericht, is het niet gelukt tot een rijksbreed sociaal plan te komen, omdat partijen het zelfs over de uitgangspunten niet eens konden worden. Een eventuele FPU+-maatregel is derhalve niet eens aan de orde geweest. Vervolgens zijn de gesprekken over sociaal flankerend beleid op de departementen voortgezet. In een enkel geval heeft dit geresulteerd in een concreet voorstel op het gebied van de FPU (Belastingdienst, LNV). Genoegzaam is bekend dat Remkes daarna heeft ingegrepen. Voor de Belastingdienst betekende dit een streep door de plannen, voor LNV een voorbehoud op dit terrein. Vanaf dat moment wordt de discussie in de Ministerraad gevoerd en niet meer in het SOR noch op de departementen.

De laatste uiting van de medezeggenschapsraad is het voorstel dat u bijgaand aantreft. De aldaar genoemde voorwaarden moeten resulteren in een tijdelijke regeling, waaraan de ministeries bij hun onderhandelingen met de centrales zijn gebonden. Vanzelfsprekend zijn alle bonden verbolgen over bovengeschetste gang van zaken. Al diverse malen worden zij op allerlei terreinen gepasseerd door de politiek. De onvrede ten aanzien van de FPU+ is neergelegd in bijgaande gezamenlijke nieuwsbrief.

Kennelijk gaat BZK er vanuit dat een FPU+-regeling een minimaal karakter kan hebben. Daarbij denkt men blijkens een interne notitie van Financin dat door de voorgestelde fiscale maatregelen die per 2005 gaan gelden, de FPU-gerechtigden eigener beweging zullen gaan vertrekken. Met andere woorden: stimuleringsmaatregelen zijn niet nodig. De bedoelde fiscale ingreep houdt in dat de FPU-er in een keer zijn inkomstenbelasting vooraf betaalt en de FPU-premie wordt belast. De CMHF acht het niet uitgesloten dat deze fiscale maatregelen de eindstreep niet zullen halen.

Kortom, voor ons is hierover het laatste woord niet gesproken. Het hoeft geen betoog dat BZK hier anders over denkt. We houden u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen via de nieuwsbrief en onze site.

Besluit Minister Remkes:

VOORWAARDEN REGELINGEN INZAKE FPU-ARRANGEMENTEN

  1. De regeling kan slechts bestaan tot en met het kalenderjaar 2004;
  2. Derhalve dient te regeling te vervallen met ingang van 1 januari 2005;
  3. Deze tijdelijkheid dient in de naam van de regeling tot uitdrukking te worden gebracht (bijv. Tijdelijke regeling . Ministerie van .);
  4. De regeling dient zodanig te worden vormgegeven dat hieraan voor individuele personeelsleden geen rechtens afdwingbare aanspraken voortvloeien. Ergo, de regeling zal moeten inhouden dat het bevoegd gezag alleen in individuele gevallen, na afweging van diverse factoren, een FPU-arrangement kan toekennen;
  5. In de regeling moet de bevoegdheid tot het toekennen van arrangementen exclusief aan de secretaris-generaal worden toegekend;
  6. Toekenning kan uitsluitend indien er een reorganisatieplan met personele reducties voorhanden is;
  7. Toekenning van een arrangement kan alleen indien na de invulling van de taakstelling blijkt dat het personeelsbestand een onevenwichtige leeftijdsopbouw kent;
  8. Het arrangement mag alleen worden toegekend als vaststaat dat daardoor het gedwongen ontslag, met recht op een werkloosheidsuitkering, van een herplaatsingskandidaat die jonger is dan degene aan wie het arrangement wordt toegekend, voorkomen wordt;
  9. Een maandelijkse uitkering ingevolge een FPU-arrangement wordt voor maximaal 8 jaar verstrekt;
  10. Gerekend over de totale looptijd van het arrangement bedragen de totale kosten (= uitkering plus werkgeversaandeel in sociale premies) van de reguliere FPU-uitkering en de aanvulling daarop maximaal 5% meer dan de werkgever aan lasten (= uitkering plus werkgeversaandeel in sociale premies) zou hebben indien de betrokken ambtenaar met ontslag met recht op een werkloosheidsuitkering zou gaan;
  11. De maandelijkse uitkering van in totaal de reguliere FPU en de maandelijkse aanvulling daarop bedraagt nimmer meer dan 73% van de laatstgenoten bezoldiging;
  12. De betrokkene is verplicht van het verkrijgen van (nieuwe) inkomsten niet alleen aan het ABP, maar evenzeer aan het bevoegd gezag melding te doen;
  13. Een anticumulatiebepaling waarvan de inhoud afhankelijk is van overleg met het ABP.

NB. Indien ten aanzien van het vervallen van de fiscale facilitering van VUT- en prepensioenregelingen wijzigingen optreden in het Belastingplan 2004 zal worden bezien of het hierboven aangegeven kader als gevolg daarvan moet worden aangepast.

Besluit Remkes wekt woede bonden

Wie houdt zijn baan. Wie moet er weg. Dit is de grote vraag waar rijksambtenaren dagelijks met elkaar over spreken. De onrust neemt toe. Er verdwijnen 12.000 banen, waarbij gedwongen ontslagen niet worden uitgesloten. Via deze nieuwsbrief willen de centrales van overheidspersoneel u gezamenlijk informeren over de stand van zaken rondom het sociaal flankerend beleid.

Lang hebben de centrales met de minister van Binnenlandse Zaken getracht om een centraal sociaal flankerend beleid af te spreken. Dit is niet gelukt. De minister was alleen bereid om over rijksbrede oplossingen te praten indien op basis van kwaliteit (in plaats van diensttijd) geselecteerd kon worden. Dat criterium zou bepalend zijn wie wel en wie niet zijn baan behoudt. Bonden wilden praten over een brede aanpak waarbij de sociale problematiek tot een minimum zou kunnen worden beperkt. Het gevolg is dat er geen centraal plan ligt, maar dat wij op de departementen overleg voeren over sociaal flankerend beleid. Op een aantal departementen zijn al afspraken gemaakt, op andere departementen loopt het overleg en zijn de voorstellen uitgewisseld.

Een mogelijk onderdeel van die afspraken is de FPU-plusmaatregel waarbij het departement de FPU uitkering aanvult (bij LNV en de Belastingdienst is daar over gesproken). Afgelopen juli bleek echter dat het kabinet geen toestemming gaf aan de departementen om dit soort FPU-maatregelen af te spreken. Het kabinet heeft nu vrijdag 12 september in de ministerraad zelf een besluit genomen over de voorwaarden en de hoogte van de FPU arrangementen. De afspraken die op de departementen tussen SG en bonden zijn gemaakt, worden daarmee naar de prullenbak verwezen.

Het kabinetsbesluit houdt in dat FPU arrangementen alleen tot en met 2004 kunnen worden toegepast. Een FPU-plusarrangement kan voorts alleen na toestemming van het bevoegd gezag in individuele gevallen worden toegekend. Een FPU maatregel mag ingaan op 57-jarige leeftijd en kan in totaal (regulier FPU en de maandelijkse aanvulling daarop) een uitkering opleveren van maximaal 73% van het oorspronkelijk loon. Verder kunnen FPU arrangementen alleen worden ingezet als er een reorganisatieplan met personele reducties voorhanden is en de vervroegde uittreding van de oudere werknemer het ontslag van een herplaatsingskandidaat voorkomt. Bovendien dient er sprake te zijn van een onevenwichtige leeftijdsopbouw.

De motivatie van het kabinet om zelf een besluit te nemen is dat zij het noodzakelijk acht om strenge eisen te stellen aan het vroegtijdig vertrek van oudere rijksambtenaren. De reden hiervoor is dat een vroegtijdige uittreding niet past in het kabinetsbeleid dat er juist op is gericht ouderen langer te laten doorwerken. Minister Remkes breekt met zijn besluit nu eenzijdig de afspraken tussen bonden en departementale leiding open. Het gevolg zal zijn dat minder medewerkers vrijwillig met FPU zullen gaan, waardoor de kans op gedwongen ontslagen groter wordt. Dit is voor ons onaanvaardbaar. Bonden en departementale leiding doen er alles aan om het werk voor mensen te behouden en ouderen via een aanvaardbare regeling te laten vertrekken, Remkes vindt het behoud van ouderen echter belangrijker en neemt daarbij gedwongen ontslagen voor lief. Schande!

De minister maakt misbruik van zijn bevoegdheid als wetgever door eenzijdig deze maatregel te nemen. Door dit ingrijpen van de minister is de relatie tussen bonden en de overlegpartner namens de minister, de werkgeversdelegatie van BZK op gespannen voet komen te staan. Wij constateren dat BZK niet terugdeinst om de minister eenzijdige besluiten te laten nemen indien zij niet met ons tot afspraken kunnen komen. Gezien de plannen die het kabinet in petto heeft voor ambtenaren voorspelt de houding van BZK weinig goeds.

ABVAKABO - Elise Merlijn en Gijsbert Boggia

FNV Ambtenarencentrum - Marianne Wendt en Peter Wulms

CNV Publieke Zaak - Alfred Lohman

CMHF - Jan Hut en Gezina ten Hove