Nieuwsbrief 12 - Mei 2003


Pensioen-perikelen 1

Tijdens de algemene ledenvergadering van de VFT heeft Cees Michielse, CMHF vertegenwoordiger in het bestuur van het ABP, de media-hype rond de lage dekkingsgraad van de pensioenverplichtingen van het ABP overtrokken genoemd. Bij een dekkingsgraad van 100% kan het ABP, ook wat betreft de indexering van de pensioenen, nog steeds aan haar verplichtingen voldoen. Ook de reactie van de PVK (Pensioen- en Verzekeringskamer), het overheidsorgaan dat toezicht op de pensioenfondsen houdt en uit haar jarenlange winterslaap is wakker geschrokken, is overtrokken. Een nu verlangde dekkingsgraad van 135% is overdreven. Toen het nog goed ging met de beleggingen van de pensioenfondsen werd deze eis niet gesteld en kon er naar hartelust door de werkgevers, waaronder de overheid uit de kas worden gegraaid, terwijl er toch juist in goede tijden voor slechte tijden moet worden gespaard. Hoewel de Staatssecretaris van Financiën zegt dat de tekorten nu moeten worden bijgepast, geeft het Rijk voorlopig nul op het rekest. Helaas is bij de privatisering van het ABP in 1996 wat betreft de onder andere via een noodwet door het Rijk uit de kas gegraaide miljarden een generaal pardon afgesproken. Privatiseren was toen kennelijk belangrijker dan aanspraken voor slechte tijden vastleggen. Zonder herstel van de beurskoersen is zelfs wanneer jaarlijks de totale premie met 2% zou stijgen in 10 jaar de verlangde dekkingsgraad van 135% nog niet haalbaar. Op een voorstel van de CMHF om de premie van nu 15% naar 19% in 2003 te verhogen is door de werkgevers afwijzend gereageerd. Dit zou inderdaad betekenen dat vrijwel de gehele loonsom, die voor de komende CAO-onderhandelingen beschikbaar zou zijn, hierdoor zou worden opgeslokt. Een dergelijke verhoging betekent overigens voor de ambtenaren een verhoging van de in te houden premie van 3,75% naar 4,75%.

Pensioen-perikelen 2

Tijdens de ledenraad van de CMHF op 14 april jl. werd door een interne actuaris van het ABP aangetoond dat wanneer het ABP niet in aandelen maar alleen in vastrentende waarden (bv. obligaties) zou hebben belegd de dekkingsgraad zelfs nog lager zou zijn uitgevallen. Ook werd aangetoond dat, om aan een noodzakelijk rendement op beleggingen van tenminste 7% te komen, beleggen in aandelen op langere termijn een absolute noodzaak is.

Daar alleen de Pensioen- en Verzekeringskamer op korte termijn wat betreft de indexering van de pensioenen roet in het eten kan gooien, wordt door de CMHF thans gewerkt aan voorstellen waarbij door een evenwichtig structureel beleid op langere termijn kan worden aangetoond dat de pensioenen inclusief indexering voor de nabije en verre toekomst kunnen worden gegarandeerd. Hierbij wordt uitgegaan van solidariteit tussen premiebetalers en gepensioneerden. Zo zal bij een lage dekkingsgraad een hoge premie moeten worden betaald en zal de indexering op een laag pitje staan. Uiteraard zal bij een hoge dekkingsgraad de premie lager kunnen zijn en de indexering achteraf kunnen worden gerepareerd. Uitgangspunt zal hierbij ook zijn dat van werkgeverskant een eenmalige storting in de pensioenkas wordt vereist. Hierdoor kan in één klap de dekkingsgraad worden verhoogd, waardoor de premie, dus ook het werkgeversaandeel, minder hoeft te stijgen. Daarnaast zal van vakbondszijde een periode van loonmatiging of het tijdelijk inruilen van structurele salarisverbeteringen worden voorgestaan. Een voordeel hiervan is dat de pensioenaanspraken en daarmee ook de kosten van de back-service minder zullen stijgen. Het voeren van “normaal” arbeidsvoorwaardenbeleid moet echter wel mogelijk blijven.

Van werkgeverskant wordt ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om de FPU ter discussie te stellen. Daar dit echter een fonds is dat apart wordt gefinancierd slaat dat nergens op.

Pensioen-perikelen 3

Als u in uw onschuld denkt dat wanneer u met ouderdomspensioen gaat u via het ABP aanspraak kan maken op een pensioen ter grootte van (aantal gespaarde pensioenjaren) x 0,0175 x (pensioengevend salaris – franchise) komt u bedrogen uit. Iedereen die voor 01-01-1996 aanspraken heeft opgebouwd wordt geconfronteerd met omrekeningsfactoren, waardoor het pensioen op jaarbasis Є.1000,- tot Є. 2000,- lager kan uitvallen. Het is maar dat u het weet.